Bopz

Als cliënten een gevaar vormen voor zichzelf of hun omgeving (zoals in een later stadium van dementie kan voorkomen) kunnen zij gedwongen worden opgenomen.

De wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz) regelt deze gedwongen opname en beschermt mensen die hiermee te maken krijgen. Het gaat dan om opname in een Bopz-aangemerkt psychiatrisch ziekenhuis, verpleeghuis of instelling voor verstandelijk gehandicapten.

Drie manieren

Volgens de Bopz zijn er drie manieren om gedwongen opname in een verpleeghuis te regelen:

  • In bewaring stelling (IBS): bij een acuut gevaar voor de cliënt of de omgeving, als onmiddellijk een gedwongen opname noodzakelijk is, na een beoordeling door een arts en met een beoordeling door de rechter achteraf.
  • Bopz-verklaring: de cliënt weet niet waar het om gaat en maakt geen bezwaar tegen de opname maar stemt er ook niet mee in. Deze cliënt kan pas worden opgenomen nadat hij of zij is beoordeeld door een onafhankelijke Bopz-commissie van het CIZ. De commissie kan een Bopz-verklaring afgeven.
  • Rechterlijke machtiging: de cliënt verzet zich tegen opname. Voordat tot gedwongen opname kan worden overgegaan, zal de rechter de situatie moeten beoordelen. Is de rechter van oordeel dat gedwongen opname terecht is, dan wordt een rechterlijke machtiging afgegeven.