Huub Rommers: Een warm afscheid

Vorige week liep ik een ochtend mee in een van onze locaties. Bij de start van de dienst werd me verteld dat ik om 10 uur bij de voordeur werd verwacht omdat we uitgeleide zouden doen van een overleden bewoner.

Onze huizen lijken soms wel een hospice te worden. Cliënten blijven zó lang thuis wonen, dat ze na de verhuizing vaak heel veel zorg nodig hebben en gemiddeld niet eens meer een jaar bij ons zijn. We verzorgen ze met liefde en regelen persoonlijke en warme aandacht. Maar voor je het weet is palliatief-terminale zorg aan de orde.

 

Om dat goed te doen, hebben we medewerkers nodig met kennis van palliatieve zorg. Met scholing en kennisdragers werken we daar de komende tijd aan. Als we achteraf evalueren met familie wordt bijna altijd als belangrijkste pluspunt de aandacht genoemd. Present zijn op de momenten die er toe doen: als het slikken niet meer lukt, als de pijn te heftig is, als de angst er rondsluipt. Dat zijn de momenten dat we nodig zijn, niet eens zozeer om te handelen, vaak alleen al vanwege de aanwezigheid, een luisterend oor of als gevoel van veiligheid.

Terug naar 10 uur in de ochtend. Alle medewerkers van de afdeling waren naar de voordeur gekomen. Terwijl we stil stonden te wachten ging de lift open en liep de familie met de kist tussen de rij medewerkers door naar de uitgang. Warme blikken werden gewisseld, bemoedigende knikjes links en rechts. En nadat de kist naar buiten was gereden en in de auto was getild, kwam een van de familieleden nog even terug en bedankte alle aanwezigen. Ik voelde me ontroerd door de warmte van het afscheid. Tsjonge, wat doen we dat mooi samen.

Huub Rommers, bestuurder Zorggroep Noorderboog